|
|
|
| Generatie 1 |
Antonia Agatha Pistoor roepnamen Tonneke, Tonny) geboren 10-09-1954 te Amsterdam, dochter van Leendert Pistoor en Dirkje Sneijder, zij trouwt 26 September 1977 met Godefridus Aloysius Johannes Strik
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Nathan Godefridus Antonia geboren 09-08-1978 te Amsterdam
2. Mira Antonia Maria geboren 13-05-1980 te Amsterdam zie verder kwartierstaat Strik
Tonny trouwt 21-03-2002 met Sjaak Bouwman zie verder informatie BouwmanTonny is in meerdere beroepen werkzaam geweest waaronder: verkoopster, freelance journaliste en cleanroom monteur
Haar hobby's zijn o.a. stamboomonderzoek, handwerken, lezen, koken, cactussen en poppenhuizen
Generatie 2
Leendert Pistoor (roepnaam Leen) geboren 17-01-1912 te Amsterdam,overleden 02-11-1981 te Kollummerzwaag, zoon van Albert Johannes Franciscus Pistoor en Antje Bredijk, hij trouwt op 28-06-1944 te Amsterdam met
Dirkje Sneijder (roepnaam Door) geboren 10-12-1921 te Amsterdam , overleden 11-06-1999 te Kollummerzwaag, dochter van Cornelis Willibrordus Johannes Sneijder en Catharina Hendrika de Groot
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Leonardus Johannes Maria geboren 11-01-1945 te Amsterdam
2. Cornelis Willibrordus Johannes geboren 19-05-1946 te Amsterdam, overleden aan kinkhoest 14-03-1947 te Amsterdam
3. Dirkje geboren 17-09-1947 te Amsterdam
4. Albert Johannes Franciscus geboren 28-12-1948 te Amsterdam
5. Hendrika Antonia geboren 31-03-1950 te Amsterdam
6. Franciscus Maria geboren 08-12-1951 te Amsterdam
7. Johannes Josef Maria geboren 09-05-1953 te Amsterdam
8. Antonia Agatha geboren 10-09-1954 te Amsterdam
9. Francisca Maria geboren 12-03-1956 te Amsterdam
10. Catharina Maria geboren 23-11-1959 te Amsterdam
11. Christina maria geboren 21-06-1961 te Amsterdam
12. Ronald Joseph geboren 29-04-1964 te AmsterdamLeendert ging op 23 februari 1932 in dienst bij de Marine, met het schip de Willem Barend voer hij van Den Helder naar Nederlands Indië. De eerste tocht duurde tot 22 oktober 1932. Daarna was hij vrij tot 4 mei 1936, in deze tussenliggende tijd was hij stucadoor en Decoratieschilder hij schilderde o.a. de kaligrafie letters die je vroeger op winkelruiten zag
Leendert trouwde 9 oktober 1935 met zijn eerste vrouw, hij ging 4 mei 1936 terug naar zijn schip en bleef daar tot 7 juni 1936. Toen hij terug bij zijn gezin was werd op 28 augustus hun eerste kind geboren, in de tijd voordat Leendert opgeroepen werd tijdens de Mobilisatie werden er nog twee kinderen geboren.
Op 29 augustus 1939 werd Leendert terug geroepen naar zijn schip in Den Helder dat in paraatheid gebracht was tijdens de Mobilisatie. Na de capitulatie van Nederland kon Leendert op 16 juli 1940 weer terug naar zijn gezin in Amsterdam.
Leendert is toen als koetsier bij bierbrouwerij Oranjeboom gaan werken, in 1944 werd hij werkeloos omdat de brouwerij failliet ging. Hij heeft zich toen aangesloten bij een verzetsgroep in Gilze-Rijen, daar is hij tot aan het eind van de oorlog bij aangesloten geweest. Na de oorlog werd hij als lid van de Binnenlandse Strijdkracht aangesteld als bewaker van het kamp in Weesp. In dit kamp werden voornamelijk vrouwen gevangen gehouden die zich schuldig gemaakt hadden aan collaboratie, hier werkte hij tot 1948.
In 1944 woonde Leendert met zijn tweede vrouw Dirkje eerst op Rapenburg, daarna in de Van Heemskerckstraat 19 en vandaar uit zijn ze verhuisd naar de Cornelis Outshoornstraat 69 in Geuzenveld. Van Geuzenveld gingen ze naar Landsmeer om uiteindelijk naar Kollummerzwaag in Friesland te verhuizen
Het laatste beroep dat Leendert uitoefende was granatenmaker bij de A I te Hembrug.
In zijn vrije tijd hield Leendert zich graag bezig met het clubhuiswerk, eerst bij clubhuis 4x9 maar hier loopt hij steeds tegen het feit op dat alleen katholieke kinderen gebruik mogen maken van het clubhuis. Hij richt in 1967 het clubhuis "Molenkwartier" in Amsterdam op. Hier is hij nog enkele jaren voorzitter, totdat het gezin naar Landsmeer verhuist.
Leendert had meerdere hobby's waaronder modelbouw van schepen, repareren van klokken en hij ging graag vissen, later met zijn eigen bootje dat hij had aangeschaft toen het gezin in Friesland ging wonen
Dirkje had een kort durende relatie met soldaat Sneider, die in Amsterdam gelegerd was tijdens de mobilisatie van 1939
Kind uit deze relatie:
1. Agatha geboren 14-06-1940 te AmsterdamToen soldaat Sneijder na de mobilisatie terug naar huis ging bleef Dirkje alleen en zwanger achter, omdat een ongehuwde moeder toen gezien werd als een grote schande voor de familie moest Dirkje naar Huize Sint Hubertus aan de Plantage Middenlaan 23 te Amsterdam.
Haar dochter Agatha is geboren in Huize Sint Hubertus, en hier heeft Dirkje met Agatha gewoond totdat zij in 1944 bij Leendert introk. Ook dit werd haar niet in dank afgenomen door haar familie, een relatie met een gescheiden man was een nog grotere schande. Wat Dirkje vooral bijgebleven is uit deze tijd was dat Huize Sint Hubertus tegenover de Hollandse Schouwburg lag van waaruit de Joden in de oorlog werden afgevoerd, vaak kon ze ze in het tehuis horen gillen. Hier heeft ze ook de brand van het bevolkingsregister in 1941 gezien. Dirkje had in het tehuis een goede band met zuster Agatha en hier heeft ze haar dochter naar vernoemd
Leendert trouwt 09-10-1935 te Amsterdam met Aaltje Penning
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Leendert geboren 28-08-1936 te Amsterdam
2. Johannes geboren 28-05-1938 te Amsterdam
3. Aaltje geboren 11-06-1939 te Amsterdam
Generatie 3
Albert Johannes Franciscus Pistoor geboren 23-11-1875 te Amsterdam, beroep steenzetter en laswerkman, overleden 23-11-1943 te Amsterdam, zoon van Albert Pistoor en Maria Adriana Simonis, trouwt op 26-09-1906 te Amsterdam met
Antje Bredijk geboren 27-10-1879 te Amsterdam,overleden 14-01-1955 te Amsterdam , dochter van Helena Bredijk
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Maria Adriana geboren 25-10-1906 te Duisburg
2. Albert Johannes Franciscus geboren 25-06-1908 te Kirchellen, overleden 27-08-1908 te Kirchelllen
3. Anna geboren 28-09-1909 te Kirchellen
4. Leendert geboren 17-01-1912 te Amsterdam
5. Huibertus Johannes geboren 06-01-1914 te Amsterdam, overleden 13-07-1918 te Amsterdam
6. Francisca geboren 26-03-1916 te Amsterdam
7. Albert geboren 25-09-1918 te Amsterdam, overleden 26-12-1992 te Bennebroek
8. Franciscus geboren 27-11-1921 te Amsterdam
9. Cornelia geboren 26-07-1923 te Amsterdam
Cornelis Willibrordus Johannes Sneijder geboren 15-02-1892 te Amsterdam, beroep wagenpoetser en tramconducteur, overleden 23-02-1963 te Amsterdam, zoon van Cornelis Willibrordus Sneijder en Maria Johanna Helena Schotte, trouwt op 04-06-1919 te Amsterdam met
Catharina Hendrika de Groot geboren 17-10-1898 te Naarden, overleden 17-01-1925 aan TBC te Amsterdam, dochter van Ruurd de Groot en Dirkje Fokkens
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Maria Catharina geboren 26-08-1919 te Amsterdam
2. Dirkje geboren 10-12-1921 te Amsterdam
3. Cornelis Willibrordus Johannes geboren 21-02-1924 te Amsterdam, overleden 28-01-1925 aan TBC te Amsterdam
Cornelis hertrouwt op 03-06-1925 met Antonia Agatha Tillemans, overleden 27-01-1988 te Amsterdam
kinderen uit dit huwelijk:
1. Hendrika Antonia geboren 20-03-1926 te Amsterdam
2. Cornelis Willibrordus Johannes geboren 27-09-1927 te AmsterdamCornelis werkte op een open wagen tram nr 10, in de van Hallstraat mochten zijn kinderen om de beurt op stappen voor een ritje met hun vader. In de hongerwinter in 1944 konden de tramconducteuren niet meer werken omdat de elektriciteit uitgeschakeld was, zij deelden toen eten uit in de gaarkeukens
Cornelis woonde met zijn gezin achtereenvolgend op de Palmgracht, de Jan van Galenstraat 307 en de Cabralstraat 22 hs.
Generatie 4
Albert Pistoor geboren 11-07-1840 te Zwartsluis, beroep behanger/stoffeerder, overleden 07-09-1902 te Amsterdam, zoon van Cornelis Johannes Pieter Coenraad Pistoor en Femmigje Blijdenstein, trouwt op 12-08-1863 te 's Gravenhage met
Maria Adriana Simonis geboren 08-12-1842 te Amsterdam, overleden 02-08-1930 te Amsterdam, dochter van Franciscus Antonius Simonis en Catharina Jansen
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Femmina geboren 28-10-1863 te 's Gravenhage, trouwt met Karel Christiaan van Rooy
2. Franciscus Antonius geboren 13-10-1864 te 's Gravenhage
3. Catharina geboren 14-09-1869 te 's Gravenhage
4. Maria Adriana geboren 30-05-1872 te 's Gravenhage, trouwt 26-07-1893 te Nieuwer-Amstel met Adolf Noah (Bij dit huwelijk werd 1 kind erkend)
5. Alberdina geboren 17-01-1874 te 's Gravenhage
6. Albert Johannes Franciscus geboren 23-11-1875 te 's Gravenhage
7. Pierre geboren 03-12-1878 te 's Gravenhage
8. Cornelis Johannes Pieter Coenraad geboren 16-11-1880 te 's Gravenhage
9. Christiaan Thomas geboren 20-02-1883 te 's Gravenhage, overleden 26-?-1884 te 's Gravenhage
10. Karel Christiaan geboren 30-05-1885 te 's Gravenhage
11. Hendrikus geboren 13-10-1886 te Amsterdam, overleden 05-06-1887 te AmsterdamAlbert is overleden in de Borgerstraat 16, zijn gezin heeft na zijn overlijden op vele adressen binnen Amsterdam gewoond, hieronder foto's van een aantal van de straten waar ze woonden
Helena Bredijk geboren 09-09-1861 te Nieuwer Amstel, beroep werkster, dochter van Cornelis Bredijk en Martijntje Taal
Kinderen:
1. Maria geboren 10-06-1877 te Amsterdam
2. Antje geboren 27-10-1879 te Amsterdam
3. Leendert geboren 11-04-1882 te Amsterdam, overleden 23-11-1884 te Amsterdam
4. Neeltje geboren 10-09-1884 te Amsterdam
5. Helena geboren 09-10-1886 te Amsterdam
Cornelis Willibrordus Sneijder geboren 12-04-1863 te 's Gravenhage, beroep kleermaker, overleden 28-12-1947 te Amsterdam, zoon van Adam Sneijder en Ida Klijndijk, trouwt op 09-09-1891 te Amsterdam met
Maria Johanna Helena Schotte geboren 06-12-1866 te Amsterdam, overleden 07-11-1941 te Amsterdam, dochter van Johannes Jacobus Schotte en Helena Jansen
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Cornelis Willibrordus Johannes geboren 15-02-1892 te Amsterdam
2. Helena Maria Brigitta geboren 15-07-1893 te Amsterdam
3. Marinus Leonardus geboren 18-06-1894 te Amsterdam
4. Johannes Gerardus geboren 22-01-1898 te Amsterdam
5. Jan geboren 08-10-1899 te Amsterdam, overleden 29-12-1899 te Amsterdam
6. Ida Maria geboren 27-12-1900 te Amsterdam
7. Willem Gerardus geboren 13-09-1902 te Amsterdam
8. Johannes Antonius geboren 14-09-1903 te Amsterdam
9. Leo Antonius geboren 18-09-1904 te Amsterdam
10. Johanna Wilhelmina geboren 24-05-1906 te Amsterdam
11. Gerard geboren 15-03-1908 te Amsterdam, overleden 19-09-1908 te Amsterdam.......Tweeling
12. Hendrik geboren 15-03-1908 te Amsterdam, overleden 23-05-1908 te Amsterdam.......Tweeling
13. Hendrik Albertus geboren 31-04-1911 te AmsterdaCornelis en zijn gezin hebben op verschillende adressen in Amsterdam gewoond, hieronder foto's van een paar van de adressen waar ze gewoond hebben
Van 1927 tot 1929 woonde Cornelis en zijn gezin in Asterdorp
Stamboomonderzoek doen is ook vaak hele stukken geschiedenis ontdekken, ontdekken hoe de wereld eruit zag in de tijd dat mijn voorouders leefden.
Over opa's en oma's worden vaak genoeg verhalen verteld in de familie zodat je je een beeld kunt vormen over wie ze waren en hoe ze leefden. Dat deze verhalen niet altijd een goed totaal beeld geven ontdekte ik toen ik foto's aan het zoeken was van de huizen waar Cornelis en zijn gezin gewoond hebben.Cornelis was de opa van mijn moeder Dirkje Sneijder dus mijn overgrootvader, zij heeft hem en zijn vrouw Maria gekend, Cornelis was zoals mijn moeder vertelde een 'statige' man en Maria een grote forse vrouw die aan een oog blind was. Ze vertelde dat zij graag bij ze op visite ging, en vooral graag rond liep in het kleermakers atelier dat hij aan huis had. Mijn moeder wilde zelf altijd graag een opleiding volgen aan de modevakschool maar door omstandigheden is dit er nooit van gekomen.
Het beeld dat mijn moeder schertste was het beeld dat ik overnam een overgrootvader die kleermaker was en een atelier aan huis had. Toen ik zijn kaart van het bevolkingsregister had ben ik op zoek gegaan naar de adressen waar hij gewoond heeft
Ze woonden voornamelijk in het oude centrum van Amsterdam en ik was heel verbaasd toen er bij het adres Asterdorp een foto te voorschijn kwam van nieuwe vierkante huizen. Na verder zoeken kwam ik erachter dat Asterdorp niet zomaar een adres was hieronder een indruk van de gegevens die ik gevonden heb over Asterdorp
Opkomst en ondergang van Asterdorp
De industrialisering en verstedelijking van de Nederlandse samenleving gingen gepaard met woningnood en armoede. Dit leidde tot erbarmelijke toestanden, vooral in de grotere steden van het land. In 1902 wordt de Woningwet van kracht, die een einde moet maken aan de ergste wantoestanden op woongebied. Woningbouwverenigingen krijgen voortaan subsidies van het rijk om zogenoemde woningwetwoningen voor arbeiders te bouwen. De wet geeft gemeentebesturen ook de bevoegdheid om krotten onbewoonbaar te verklaren en te ontruimen. Zolang zij in de uitgewoonde krotten woonden, maakte men zich niet druk over de bewoners. Maar nu zij als gevolg van de ontruimingen in nieuwe huizen terechtkomen, wordt hun gedrag niet meer getolereerd. Het is deze groep mensen die ‘de onmaatschappelijke’ wordt genoemd
In 1914 nam Amsterdam het voortouw door de verkrotte binnenstad te saneren en 3500 goedkope gemeentewoningen te bouwen. De nieuwe woningzoekenden werden onderscheiden in 'nette' gezinnen voor de gemeentewoningen en 'ontoelaatbare' gezinnen die niet in de 'normale' buurten geplaatst mochten worden. Bij 'ontoelaatbaar' ging het om gezinnen die hun woning verwaarloosden, huurschulden maakten en door wangedrag overlast veroorzaakten bij buren. Vooral de laag geschoolde bewoners werden beschouwd als 'ontoelaatbaar', 'onmaatschappelijk' en 'asociaal', destijds veelvuldig gehanteerde begrippen.
Stadsvernieuwingsprojecten werden uitgevoerd om de achterstandwijken leefbaar te maken en zodoende terug te geven aan de 'beschaafde' samenleving. Naast stads-vernieuwing was er een ander aspect dat onderdeel uitmaakte van de aanpak van de problematiek, namelijk de heropvoeding van de 'asocialen' in de daarvoor opgezette woonscholen.
Ir A. Keppler,directeur van de Gemeentelijke Woningdienst te Amsterdam, kwam in 1915 tot de conclusie dat er speciale woonwijken nodig waren waarin de gezinnen onder toezicht een aanvaardbaar woongedrag konden aanleren. Om de 'asocialen' opnieuw te leren wonen werden in de jaren twintig van de 20e eeuw in Nederland veel tehuizen en woonscholen opgericht. Het was de bedoeling dat de bewoners in deze 'woonscholen' hun ongewenste woongedrag afleerde. Wie een mooiere woning in een betere omgeving krijgt, zal zich vanzelf beter gedragen, is het idee. De woonscholen stonden vaak apart van de gewone wijken.
In een woonschool, die vaak naar binnen gekeerd was, kregen de bewoners begeleiding op het gebied van het huishouden, budgetteren, persoonlijke hygiëne en (voor de mannelijke bewoners) het afzien van alcohol. In het midden van de buurt stond een buurtgebouw, de eigenlijke woonschool, en een badhuis. Het was het begin van een nieuwe benadering van een sociale problematiek die in het hele land navolging kreeg. Veel gemeenten stelden op grond van verschillende criteria vast hoeveel 'asocialen' zij herbergden binnen hun grenzen.
Vaak werden er lijsten opgesteld van 'verdachte' gezinnen. Vervolgens werden mensen die beroepshalve met deze families te maken hadden over hen geënquêteerd. De gezinnen werden beoordeeld aan de hand van een aantal criteria, onder meer de werkgeschiedenis van de man, de staat van het huis, de uitvoering van de godsdienstplichten maar ook het seksuele leven van de familieleden. De betrokken wisten van niets.
De lijst met klachten over het gedrag van de ‘onmaatschappelijke’ was lang. “Ze zijn werkloos, werkschuw, vaak alcoholverslaafd. Ze zijn overspelig, wonen ongehuwd samen of prostitueren zich. Daarnaast is er in een aantal gezinnen sprake van mishandeling en seksueel geweld”
'Het beeld is in alle gevallen hetzelfde: huisraad ontbreekt of is kapot, de slaap-gelegenheid is hoogst onvoldoende, de dekking bestaat uit lompen. Er zijn geen boeken, geen klok of kalender of andere dingen van regel en orde. Er wordt geen poging gedaan de kinderen op te voeden. Ze hebben geen manieren: geen enkel idee van hygiëne of zindelijkheid wordt hun bijgebracht. Niets gebeurt op gezette tijden: opstaan, eten naar bed gaan, geschiedt individueel naar ieder invalt. Het huishouden van de vrouw lijkt nergens op. Ze kan geen eten koken. Ze doet alles half en is apathisch, ze loopt er altijd slonzig bij. Huisdieren zijn er niet behalve misschien een schurfterige hond of een aangewaaide kat. De verfraaiing van het huis bestaat uit smakeloze kermisprullen en lorrige kleedjes.'
'De moeder verwaarloost haar gezin en drinkt. Van de opvoeding der kinderen komt niet veel. De man heeft zijn gezin verlaten en woont samen met een gescheiden vrouw. De sanitaire toestand is slecht. De wc is stuk en alles komt in de kelder terecht die al half onder water staat. Niemand vervult zijn godsdienstplichten.
De gekozen aanpak was behalve onderdeel van armoedebestrijding een middel vanuit de volkshuisvesting om de verpaupering van stadsdelen tegen te gaan. Hoewel de meeste gemeenten zich beperkten tot barakken, een enkel gebouw of een aantal woningen kwamen de grotere projecten van de grond in de steden Amsterdam, Den Haag en Utrecht.
In Amsterdam werd in 1926 een begin gemaakt met de aanleg van het 'Zeeburgerdorp' en in 1927 het 'Asterdorp'. In Den Haag werd in 1923 het 'Zomerhof gebouwd, in Utrecht was in 1924 een begin gemaakt met de bouw van het complex 'Houtplein'.
De woningendiensten van de drie gemeenten hadden contact met elkaar over bouw, inrichtingen het beheer van de woonscholen. Behoudens het Houtplein werden de complexen langs de randen van de stad aangelegd. In Utrecht koos men voor een meer 'natuurlijke afsluiting' door enigszins aan te sluiten op de bebouwing van de stad. Een ommuring zoals bij de Zomerhof in Den Haag vond men te ver gaan en zag men als een gevangenis. De complexen in Amsterdam werden vervolgens zo gebouwd dat zij door woningen waren omringd als door een muur. Het isolement oftewel afgelegen aspect van de woninggroepen was met name noodzakelijk voor de controle. De bewoners konden in alle rust leren wonen zodat zij niet aan allerlei ver-leidingen bloot stonden. Er bestonden strenge bewoningsreglementen waarbij toezicht werd gehouden door conciërges en opzichters.Niet alleen de bewoningsreglementen leken sterk op elkaar, de complexen hadden allemaal kleine, verdiepingsloze woningen met woonkamerkeuken of afzonderlijke keuken en twee, drie of vier slaapkamertjes. Bij de opzet van de complexen kregen de conciërges en opzichters een centrale plaats, de indeling van woning en wijk werd zo opgezet dat een optimale controle mogelijk was
De eerste woonschool van Amsterdam werd in een oostelijke uithoek van de stad gerealiseerd. Het Zeeburgerdorp was gelegen aan het Zeeburgerpad op een smalle landtong tussen de Nieuwe Vaart en het Lozingskanaal.Het Asterdorp lag tussen de Asterweg en de Distelweg in Amsterdam Noord te midden van bedrijventerreinen. Het Asterdorp had 131 woningen en was toegankelijk via een poort-gebouw. Alle gebouwen hadden platte daken. De woningen bestonden uit een enkele bouwlagen het poortgebouw uit twee bouwlagen. Aan de randen waren woningen gesitueerd aan een rondweg die, evenals de andere woningen aan de dwarsstraten, direct aan de straat waren gelegen. De bouwwijze betekende dat het terrein omringd was als door een muur.
De bewoners van de scholen staan onder toezicht van woningopzichters. Deze innen wekelijks de huur, maar controleren ook of het gezin zich goed gedraagt. Het toezicht gaat ver, de opzichters inspecteren niet alleen of de woningen schoon zijn, maar ook of de kinderen elke dag naar school gaan en goed gekleed zijn. Wie zich niet voldoende aanpast, krijgt een waarschuwing en kan worden uitgezet.
Aan het handelen van de opzichters lag een burgerlijk normbesef ten grondslag. Hun positie werd als superieur beleefd en was met macht bekleed. Zo hadden ze bijvoorbeeld de bevoegdheid om op elk moment de huizen binnen te gaan en om ouders de ouderlijke macht te ontnemen. Zij beslisten over het toekennen van extra armengelden en over het verhuizen naar een ‘betere wijk’
De initiatieven om via de woonscholen de asocialen een beter woongedrag aan te leren waren vooral in Amsterdam van korte duur. Hoewel veel bewoners aanvankelijk tevreden waren met hun betere woning kwam er al snel onvrede en verzet. De wijken hadden een slechte naam en de bewoners hadden er genoeg van om overal achtergesteld te worden omdat zij voor 'asociaal' en 'ontoelaatbaar' door het leven gingen, en veel gezinnen weigeren zich aan het strenge regime te onderwerpen. De complexen kregen te kampen met leegstand en grote exploitatietekorten.
In 1940 vertrokken de oorspronkelijke bewoners, veelal naar Floradorp, en werden na een opknapbeurt Rotterdammers in Asterdorp gehuisvest die tijdens het bombardement hun huis kwijt waren geraakt. Toen deze bewoners na enkele jaren weer naar Rotterdam teruggingen, nam de Duitse bezetter Asterdorp in beslag om er 240 joodse Amsterdammers onder te brengen, die later naar kamp Westerbork weggevoerd werden. In 1943 werd het dorp gedeeltelijk vernield tijdens een bombardement. Asterdorp werd in 1955 afgebroken; alleen een poortgebouw is bewaard geblevenVaak werden dit soort gebeurtenissen in het leven van opa's en oma's niet meegenomen in de familieverhalen, waarschijnlijk vanuit een bepaald schaamtegevoel, bij mij zijn in ieder geval de volgende vragen gerezen: 'wat is er toen precies gebeurd, waarom gingen zij naar Asterdorp, behoorde ze tot het personeel of tot de bewoners en als ze tot de bewoners behoorde aan welke norm voldeden ze dan niet?" In ieder geval genoeg vraagtekens voor verder onderzoek.
Daarnaast bekruipt me ook een gevoel van herkenning is het niet zo dat anno 2008 mensen nog steeds een etiket opgeplakt krijgen, een stigma waar ze veel last van hebben en zijn er niet nog steeds mensen die hun normen en waarden de enige goede vinden en desnoods met dwang aan een ander opleggen? En hoe zit het anno 2008 met mensen uit huizen drijven, als we nu kijken naar de eens zo vrolijke volksbuurt van Amsterdam 'de Jordaan'. De 'gewone man' is stelselmatig verdreven sinds de overheid en 'project-ontwikkelaars' op de buurt een stempel van 'toplocatie' drukte. Daar hoort geen straatmuzikant en ander 'volksvermaak' meer in, alleen bewoners die in zichzelf en niet in elkaar geïnteresseerd zijn. En ondanks alle mooie verhalen van "het beste voor" is de enige reden hiervoor altijd geweest en zal altijd zijn: het 'grote' geld.
Na Asterdorp hebben Cornelis en zijn gezin nog op twee adressen in Amsterdam-Noord gewoond, na het overlijden van Maria verhuist hij naar de Staringstraat en vervolgens naar de Lijnbaansstraat
Cornelis is op 84 jarige leeftijd overleden in het RK Sint Jacobsgesticht voor oude mannen en vrouwen, gelegen aan de Plantage Middenlaan 52 te Amsterdam, waar hij woonde vanaf 02-01-1947
Ruurd de Groot geboren 06-05-1858 te Franeker, beroep kannonier/wasbaas, zoon van Sietze Ruurds de Groot en Johantje Baukes Adema, trouwt op 04-01-1885 te Franeker met
Dirkje Fokkens geboren 09-09-1865 te Midlum, overleden 15-01-1945 te Amsterdam, dochter van Jan Jans Fokkens en Trijntje Baukes Stienstra
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Ruurd geboren 28-05-1884 te Franeker
2. Johanna geboren 14-11-1887 te Franeker
3. Sijtse geboren 18-05-1889 te Naarden
4. Jan geboren 11-12-1890 te Naarden
5. Dirk Martinus geboren 26-12-1893 te Naarden
6. Johan Hendrik geboren 28-02-1896 te Naarden
7. Johan Willem geboren 11-06-1897 te Naarden
8. Catharina Hendrika geboren 17-10-1898 te Naarden
|
|
|