Generatie 24

Graaf Walram I van Laurenburg geboren ± 1146, overleden 01-02-1198 begraven in het klooster Arnstein, zoon van Rupert II van Laurenburg, trouwt ± 1170 met
Kunigunde geboren ± 1140
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Hendrik II 'de Rijke' van Nassau
2. Rupert IV van Laurenburg
3. Beatrix van Laurenburg

Walram wordt van 1176-1191 vermeld als graaf van Laurenburg en daarna, vanaf 1193, als graaf van Nassau

Van 1189 tot 1192 nam hij deel aan de Derde kruistocht onder keizer Frederik I "Barbarossa"

Hendrik I van Brabant

Hertog Hendrik I 'de Krijgshaftige' van Brabant geboren 1165, overleden 09-03-1235 te Keulen begraven in de St. Pieterskerk te Leuven, zoon van Godfried III 'de Moedige' van Brabant en Margaretha van Limburg, trouwt ??-01-1179 met
Mathilde van de Elzas geboren in 1163
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Adelheid van Brabant geboren 1190
2. Maria van Brabant geboren 1191
3. Margaretha van Brabant geboren 1195
4. Mathilde (Machteld) van Brabant geboren 1197
5. Hendrik II 'de Grootmoedige' van Brabant geboren 1193/94
6. Godfried van Leuven-Gaesbeek geboren 1209

Hendrik trouwt 22-04-1213 te Soissons met Maria van Frankrijk geboren in 1198
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Elisabeth van Brabant geboren 1214
2. Maria van Brabant

Hendrik was hertog van Brabant van 1190 tot 1235

Hij streefde naar de heerschappij tussen Schelde en Rijn en de beheersing van de handelsweg Brugge-Keulen, maar slaagde er niet in het hertogelijk gezag in Neder-Lotharingen te herstellen. Door voortdurende kampwisselingen in de strijd tussen de Welfen en de Hohenstaufen wist hij niettemin een machtspositie te veroveren.

In 1191 kon hij zijn broer Albert tot bisschop van Luiklaten kiezen.

In 1204 ging hij over naar het kamp van de Hohenstaufenen verkreeg hij van de Duitse koning Filips van Zwaben de voogdij over Nijvel en de erkenning van de erfelijkheid, ook in vrouwelijke lijn,van het hertogdom Brabant. Tevens werd hij medeheer van Maastricht.

Bij een van zijn invallen in Luik leed hij bij Steps een zwarenederlaag (13 okt. 1213). De graaf van Vlaanderen viel Brabant binnen en Hendrik werd verplicht aan diens zijde slag te leveren te Bouvines(1214; zie Slag bij Bouvines). Na de aldaar opgelopen nederlaag verzoende hij zich onmiddellijk met de overwinnaars, de Franse koning Filips II August en de Duitse keizer Frederik II

Graftombe Hendrik I van Brabant

Graf Hendrik i van brabant

Hendirk van Saksen Meissen

Graaf Hendrik 'de Doorluchtige' van Saksen-Meissen geboren in 1218, overleden 08-02-1288, zoon van Diederik 'de Verdrukker' van Meissen en Jutta van Thüringen, trouwt 01-05-1234 met
Constance van Oostenrijk geboren 06-05-1212
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Albrecht 'de ontaarde' van Saksen-Meissen geboren in 1240
2. Diederik van Saksen geboren in 1242

Hendrik trouwt ± 1245 met Agnes van Bohemen

Hendrik trouwt ± 1270 met Elisabeth van Maltitz
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Frederik Clem van Saksen geboren in 1273

Markgraaf van Saksen-Meissen; landgraaf van Thüringen (1247-1265).

In 1218 volgde hij zijn vader op als markgraaf in Meißen, onder de voogdij van zijn oom Lodewijk IV van Thüringen.

In 1230 werd hij uitgehuwelijkt aan Constance (1212-1243), de dochter van hertog Leopold VI van Oostenrijk.

Hij huwde nadien nog met de H. Agnes van Bohemen (1211-1282), dochter van Ottokar I van Bohemen, en met de ministrelendochter Elisabeth van Maltits.

In 1245 moest hij na een jarenlange strijd Cöpenick en Teltow aan Brandenburg afstaan, maar won wel Schiedlo, waar hij Fürstenberg/Oder stichtte.

In de strijd tussen keizer en paus, koos Hendrik partij voor de keizer, die hem beloonde door hem te belenen met Thüringen en de palts Saksen en door zijn dochter Margaretha te verloven met Albrecht, de zoon van Hendrik.

Na de terugtocht van Koenraad IV, erkende hij Willem II van Holland en zijn rechten op Thüringen kon hij pas na de dood van Hendrik Raspe met de wapens afdwingen tegen Sofia van Brabant, dochter van de Heilige Lodewijk, en echtgenote van Hendrik II van Brabant.

Na een lange strijd stond hij Hessen af aan Hendrik I van Hessen en behield zelf Thüringen, dat hij, evenals de palts Saksen, aan zijn zoon Albrecht overmaakte. Door al deze verwervingen, vergrootte aanzienlijk het bezit van Wettin, dat zich nu uitstrekte van de Oder tot de Wezer, van het Erzgebergte tot de Harz en alleen nog door de gebieden van Bohemen-Habsburg overtroffen werd

Hendrik II Berthout geboren ± 1216 te Duffel, zoon van Hendrik I Berthout en Sophie, trouwt ± 1240 met
Imagina van Maelstede geboren ± 1220
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Hendrik III geboren ± 1241 te Duffel
2. Oda geboren 1241 te Duffel

Zegel Hako van den Rutenberg

Haco van den Rutenberg, zoon van Steven van Hardenberg
Kinderen:
1. Steven overleden ± 1322

In 1259 ruilde Hako van Hardenberg enige kloostergoederen onder Coevorden met het klooster te Assen. Onder de ruilgoederen waren het huis “in Campen” onder Coevorden, een Huis ter Itterbeke en een huis te Anewede. De transactie werd goedgekeurd door de Graaf van Bentheim die leenheer was van deze goederen

Akte Hako van den Rutenberg

In 1276 wordt een Haco van den Rutenberg vermeld als raadsman van de Utrechtse bisschop. Deze gaf in dat jaar verlof aan de burgers van de stad Zwolle een weg aan te leggen tussen Zwolle en Lenthe in het kerspel Dalfsen (Ter Kuile, Oorkondenboek II, nr. 334

Rudolf II de Cock van Weerdenburg overleden in 1316, zoon van Rudolf I de Cock van Weerdenburg en Agnes van Cuyk, trouwt met
Margriet van Batenburg overleden in 1299, dochter van Gerard van Batenburg en Bele Mabelia
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Gerhard ridder, 3e Heer van Waardenburg, trouwt met Johanna van Buren
2. Gijsbert Heer tot Nijenwael en Gameren;
3. Gerrit Heer van Batenburg en Pyffelick
4. Willem overleden voor 13-11-1318

Rudolf trouwt eerst met N.N. Gerritsdr. van Rossum

Het derde huwelijk van Rudolf was met Lijsbeth van der Sluse

Rudolf was ridder en wordt vermeld van 1265-1315

Rudolf wordt samen met zijn vader en broers in 1265 vermeld als zij hun vader toestemming verlenen tot verkoop van hun burcht te Rhenoy aan Otto II graaf van Gelre en Zutphen

Akte Rudolf de Cock

Hij koopt goederen te Isendoorn in 1281 en is borg voor de kinderen van Wele van Zoele en van Arnt van Arckel in 1298.

Rudolf wordt in het jaar 1285 door de Brabanders bij Tiel gevangen genomen

Hij pachtte in 1280 van het kapittel van St.Jan te Utrecht de "tienden van Hyre" (Hiern=Waardenburg), "Neerijnen ende Oppinen" voor de tijd van zestien jaren en in 1287 kreeg hij ze voor acht en vijftig jaren in pacht. Hij zegelt met Châtillonwapen zonder breuk (onderscheiding) in het gouden schildhoofd

Zegel Rudolf de Cock Zegel

Margriet was erfdochter van Isendoorn

Otto van Arkel, zoon van Herbaren II van der Lede en Aleid van Heusden
Kinderen:
1. Mabelia van Arkel

ridder, heer van Heukelom en van Asperen, vermeld 1254 -1283

Hij was stamvader van de heren van Heukelom en Asperen

Theodoricus II van Keppel (Dirk) overleden voor 1302, zoon van Wouter van Keppel, trouwt circa 1290 met
Gravin Beatrijs van Moers geboren ± 1260, overleden na 1346
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Arnt kwijting Almelo in 1307
2. Derk geboren ± 1300, stamvader van de tak van Verwolde
3. Hendric kwijting Almelo 1307
4. Lugard trouwt in 1329 met Herman van Voorst
5.Wolter III overleden in 1330

Kasteel Keppel

Hij is ridder, heer van Keppel, wordt vermeld van 1279-1300

Theodericus II is de eerste heer van Keppel die in het huisarchief van Keppel voorkomt. Hij draagt het vrije goed Keppel op aan de graaf van Kleef, alhoewel zijn relatie met Reinald I van Gelre niet slecht is, want hij treedt meermalen als borg op

In 1272 draagt hij goederen in leen op aan de graaf van Cleve

26-07-1279 wordt hij beleend door Floris V, graaf van Holland, met de hof Olbergen bij Doesburg met mannen en tienden beleend (de hof Olberch of Olbergen was gelegen in Steenderen). (Ons Voorgeslacht 1987, 781)

In 1286 is hij borge voor graaf Reijnald aan den graaf van Holland

5 Juni 1288 is hij aan de Geldersche zijde mede met zijn banier in den slag van Woeringen, doch is de eerste, die schandelijk vlucht en daardoor aanleiding tot het verliezen van den slag geeft.

Met zijn vrouw Beatrix en oudsten zoon Wolter ontslaan zij in 1290 een goed uit de leenpligt

In 1290 staat hij borg voor graaf Reinald I van Gelre als deze zijn graafschap moet verpanden aan den graaf van Vlaanderen

27-09-1298 hoeft hij wegens de oorlog niet persoonlijk hulde te doen

In 1300 treedt hij op als borg voor de graaf van Kleef

1302 sluiten zijn weduwe en haar zoon Wolter een verdrag met het Duitsche Huis

In 1346 leeft Beatrijs van Meurs als weduwe in de tucht van de Heerschap van Meurs

Huis te Almelo

Egbert I van Almelo geboren ± 1260, overleden tussen 15 augustus en 1 november 1303, zoon van Arnold II van Almelo en Marina van Ochten, trouwt voor 1297 met
Agnes van Zuylen geboren ± 1260, overleden voor 1297, dochter van Stefan van Zuylen en Bertha van Dale
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Arnold III geboren ± 1285
2. Beatrix vermeld in 1297
3. Hendrik
4. Steven

Egbert was heer van Almelo, ridder en wordt vermeld 1280-1303

Arnold trouwt met
Mechteld van Limburg
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Dirk van Grimberg vermeld 1303-1346
2. Frederik van Grimberg vermeld 1304-1326
3. Egbert van Grimberg

Kasteel Grimberg

Egbert laat in zijn testament Kasteel Grimberg na aan zijn tweede vrouw Mechteld van Limburg

Mechteld wordt vermeld 1297-1306

Graaf Hendrik II van Dale gedoopt in december 1224 te Diepenheim, zoon van Graaf Otto I van Dale en Richardis van Altena, trouwt ± 1240 met
Bertha van Bentheim, dochter van Boudewijn I van Bentheim en Jutta van Rietberg
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Otto II van Dale

Bartolomeus van Ruinen (Merwekinus) geboren 1220 te Ruine, zoon van Johan van Ruinen
1. Johan II geboren 1260 te Ruine
2. Otto geboren 1263 te Ruinen
Hij erfde het huis Welvelde c.a. in Twente en noemde zich daarnaar, hij wordt als Otto van Welvelde vermeld in de jaren 1308-1320
3. Laurens geboren 1265 te Ruinen, overleden 1304
4. Merwekinus geboren 1270 te Ruinen

Mewekien was de Nederlandse roepnaam van Bartolomeus, of omgekeerd was Bartolomeus een verlatiniseerde vorm voor Mewekien

Een heer (dominus) Mewekien van Ruinen kwam 27 februari 1261 voor, en wel als borg voor Rodolf van Ansen, toen die zijn tienden uit de hof te Dikninge aan het klooster te Ruinen verkocht. Verder wordt hij nog genoemd in 1263 (2*), 1265 en 1273, waarvan in 1263 en 1273 als dominus, in 1263, 1265 en 1273 als ridder en in 1265 als bisschoppelijk ministeriaal

Aan het charter van 19 juli 1263 is zijn zegel bewaard gebleven met het Ruinense wapen (het oudste zegel dezer familie!: drie rozen, 2 en 1, onder een schildhoofd); bij een overeenkomst tussen Gerrit Clencke en Hako van Hardenberg met de bisschop over de bewaring van het slot te Coevorden was hij onder de Drentse borgen. In de tekst was zijn voornaam Mewekien, in het zegelrandschrift Bartolomeus ("....m Bartolomei de Runen"), evenals 29 juni 1273, toen Sophia weduwe van Rodolf van Ansen, een jaarlijkse rente aan de Ruinense abt verkocht

Behalve op zegels komt de Bartolomeus-vorm ook éénmaal voor in de letterlijke tekst van een charter, in 1262 verkocht Hendric Papinc van Steenwijk met toestemming van zijn leenheer Otto van Bentheim aan het klooster te Ruinen een hof te Eemster; getuige daarbij waren de ridders Bartolomeus van Ruinen, Rodolf van Ansen, Volkier van Echten en Helprich van Vollenhove.

Doordat Mewekien / Bartolomeus van Ruinen in de charters van 1262, 1263, 1265 en 1273 wordt aangeduid als ridder, kunnen we zijn geboortetijd plaatsen in circa 1220. Hij moet een broer geweest zijn van Arnold III, die rond 1215 geboren was. Aangezien zij beiden heer van Ruinen zijn geweest, na elkaar, moeten we aannemen, dat Arnold III kinderloos was

Generatie 25

Graaf Rupert II van Laurenburg overleden ± 1159, zoon van Rupert I van Laurenburg en Beatrix van Limburg
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Hendrik I van Laurenburg
2. Walram I van Laurenburg

Hij was Graaf van Laurenburg van 1154 tot 1158

Hertog Godfried III 'de Moedige' van Brabant Akan: Godfried III 'de Moedige' van Leuven geboren in 1142, overleden 21-08-1190 begraven in de St. Pieterskerk te Leuven, zoon van Godfried II 'de Jonge' van Leuven en Lutgardis van Sulzbach, trouwt in 1155 met
Margaretha van Limburg geboren in 1135, overleden in 1172
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Hendrik I 'de Krijgshaftige' van Brabant geboren in 1165

Hendrik trouwt in 1180 met Imagina van Loon geboren 1150
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Godfried van Leuven geboren 1180
2. Willem van Leuven

Godfried was Hertog van Neder-Lotharingen (= Brabant; vanaf 13 jun 1142-1190); graaf van Leuven en voogd van Tongerlo

Als zoon van Godfried II van Leuven, volgde hij nog in de wieg zijn vader op (vanwaar de bijnaam Dux in cunis, "de hertog in de wieg")

Hij beëindigde de Grimbergse Oorlogen door in 1159 de motte van Grimbergen te laten afbranden.

Hij veroverde ook de graafschappen Aarschot (vóór 1179), Geldenaken (1184) en Duras (1189).

Zijn huwelijk met Margaretha van Limburg (1155) moest een einde stellen aan de strijd met het hertogdom Limburg.

Toen Margaretha in 1172 overleed, hertrouwde hij met Imena, een dochter van graaf Lodewijk I van Loon.

Als compensatie van de verdediging van Jeruzalem tegen de inval van de Egyptische sultan Saladin (1183/1184) werd zijn zoon Hendrik I van Brabant door keizer Frederik Barbarossa in het landgraafschap Brabant tot hertog verheven.

Een andere zoon van hem, Albert van Leuven, werd bisschop van Luik

Na zijn dood trad zijn weduwe Imena in het klooster. Zij werd nog vóór 1203 abdis van Munsterbilzen

Graaf Diederik 'de Verdrukker' van Meissen geboren in 1162, overleden 17-02-1221 begraven in het Cisterciënserklooster Altenzelle, zoon van Otto 'de Rijke' van Meissen en Hedwig van Brandenburg, trouwt 26-06-1195 met
Jutta van Thüringen geboren ± 1183
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Hedwig van Meissen geboren ± 1195
2. Sofie van Saksen geboren ± 1210
3. Hendrik 'de Doorluchtige' van Saksen-Meissen geboren 1218
4. Koenrad, monnik in Erfurt
5. Judith

Hij verkrijgt na de dood van zijn vader uitsluitend het graafschap Weissenfels, maar maakt zich na de dood van zijn broer Albrecht 'de Trotse' (24 nov 1195) met geweld meester van de hem door keizer Hendrik VI onthouden en door diens stadhouder bestuurde mark Meissen en wordt daarmee alsnog door Philips van Zwaben beleend (1198).

Hij erft na de dood van markgraaf Konrad (1210) diens bezittingen Niederlausitz, Groitzch en Eilenburg.

Diederik had deelgenomen aan de derde kruistocht en werd na het overlijden van zijn vader in 1190 graaf van Weißenfels.

Hij volgde in 1195 zijn overleden broer Albrecht op in Meißen als markgraaf Diederik III, maar Hendrik IV nam Meißen met zijn rijke mijnen, in bezit.

Met de steun van Duits koning Filips van Zwaben, kon Diederik tenslotte in 1197 zijn macht vestigen in Meißen en kreeg van de Duitse koning ook Zwickau in 1206.

Van zijn neef markgraaf Koenraad II van Lausitz erfde hij Rochlitz, het Saksische paltsgraafschap Sommerschenburg en de marken Landsberg en Neder-Lausitz, Groitzsch, Osterland en Eilenburg.

In 1210 kocht hij de Oostmark van de keizer voor 15.000 mark.

Nadat hij in 1212 Frederik II bij zijn verkiezing gesteund had, werd hij beloond met Oschatz en de heerschappij over de burggraven van Dohna. Hij organiseerde het bestuur en bevorderde de steden (uitbreiding van Freiberg en stichting van Zwickau, Grimma, Großenhain).

Onder zijn bestuur werd het Thomasklooster in Leipzig gesticht en het ridderwezen aangemoedigd. Diederik was in zijn tijd de machtigste vorst in het Oosten van het Rijk.

Zijn weduwe hertrouwde nadien met graaf Poppo VII van Henneberg (-1245)

Hendrik I Berthout geboren ± 1191 te Duffel, overleden tussen 1231-1235, zoon van Gilles (Egidius) Berthout en Catharina van Belle, trouwt ± 1215 met
Sophie geboren ± 1195 te Duffel
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Hendrik II geboren ± 1216 te Duffel

Rudolf I de Cock van Weerdenburg (de Chatillon) ridder, geboren ± 1210, overleden ± 1280 trouwt ± 1240 met
Agnes van Cuyck dochter van Hendrik III van Cuyck en N. Jansdr van Putten
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Hendrik geboren 1245, overleden 1312
2. Rudolf geboren 1243, overleden 1306

Rudolf trouwt met Aleyt van Ochten
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Gijsbert geboren 1260
2. Geese
3. Willem

Wapen van ChatillonWapen

Rudolf stamt uit een zeer rijk en voornaam geslacht, geparenteerd aan vele vorsten-huizen en andere voorname geslachten zoals Spanje,Oostenrijk, Lorraine, Brabant, Namen, Vlaanderen, Blois, Bourbon, Gelderland, Luxemburg, St. Pol enz. Zijn voorouders telden al zeer vroeg mee onder de edelen in de wijde omgeving van Châtillon sur Marne,vroeger een grote stad

Hij bezat veel goederen in het gebied tussen de Lek en de Linge en tussen Beesd en Leerdam, gelegen in de Tielerwaard, waaronder een burcht te Rhenoy. Deze bezittingen had hij uit een erfenis verkregen afkomstig van zijn bet-overgrootmoeder Jolante van Gelre, regentes van Henegouwen

Van Rudolfl wordt vermeld, dat hij “in hooge mate den toorn des konings van Frankrijk had opgewekt, dat hij hem “Coquin’ had genoemd en de fiere edelman, dien smaad niet kunnende dulden, zwoer dien naam zo lang te zullen behouden, totdat hij zich schitterend had gewroken. Met enige andere edelen tegen den koning opgestaan, versloeg hij vroeg op een morgen de koninklijke troepen: le Coq à chanté de bon matin (de haan heeft vroeg gekraaid) zei de koning zulks vernemende, doch Raoul, zich dien schimpnaam tot eene eer aanrekenende, bleef sedert dien den naam Cock of Cocq voeren”.

Rudolf was in Frankrijk niet meer veilig en onder druk van de Franse koning week hij uit naar zijn nicht, Philippina van Dammartin, die met zijn neef graaf Otto II van Gelre was gehuwd. Raoul (Rudolf) de Cock nam zijn intrek in het door hem geërfde kasteel te Rhenoy, gelegen tussen Beesd en Leerdam. Hij was de eerste van zijn geslacht die de naam “Châtillon” wegliet en zich alleen Rudolf de Cock liet noemen. De naam Châtillon komt men in die tijd in Gelderland vrijwel nergens tegen, maar dat is wel te verklaren als men bedenkt dat de Franse koning hem nog steeds op de hielen zat

Akte Otto vanGelre

Otto II de Graaf van Gelre komt met zijn neef Rudolf de Cock, ridder, heer van Beesd en Rhenoy overeen, hun goederen te ruilen. Otto II had wel belangstelling voor het kasteel van Rudolf. Zijn gebied kon dan nog beter worden verdedigd. Na overleg met zijn zonen, Rudolf, Hendrik, Gijselbert en Willem, draagt hij 5 augustus 1266 zijn burcht te Rhenoy, alsmede al zijn goederen gelegen tussen de rivieren de Lek en de Linge op in ruil voor de heerlijkheden Hiern(=Waardenburg), Neerijnen en Opijnen en daarbij krijgt hij toestemming een kasteel te bouwen. Het krijgt de naam Weerdenbergh, Waardenburg Deze naam gaat later op het dorp over. Er werd een acte opgemaakt, waarbij alle ridders uit de wijde omgeving aanwezig waren, want dat was in die tijd een hele gebeurtenis.

Rudolf de Cocq die, zoals gezegd, zeer gefortuneerd was, begon meteen met de bouw van het kasteel. Het was van oorsprong een woontoren van hout. Daar zal hij niet zo tevreden mee zijn geweest want meteen maakte hij plannen tot het vergroten en versterken van zijn huis. Maar daar kwam hij niet meer aan toe, want hij overleed en werd opgevolgd door zijn zoon Rudolf

Slot Waardenburg

Herbaren II van der Lede geboren ± 1200, overleden ± 1264, zoon van Floris van de Lede, trouwt ± 1220 met
Aleid van Heusden geboren ± 1195 te Heusden, dochter van Jan van Heusden en Aleidis Persijn
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Hugo Botter van Arkel
2. Jan I van Arkel
3. Otto van Arkel
4. Herbaren, heer van den Berge, stamvader van de Heren van Liesveld
5. Mabelia, trouwt met Godschalk van Merwede

Herbaren was ridder en heer van Arkel hij wordt vermeld 1227-1243

Aleid trouwt eerst met Dirk Drossaard, heer van Brederode
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Floris van Brederode
2. Dirk van Brederode
3. Aleidis van Brederode

Wolter II van Keppel overleden ± 1260, zoon van Theodoricus van Keppel
Kinderen:
1. Henric een onderheer in 1279
2. Theodoricus II (Dirk) overleden voor 1302
3. Everardus getuige in Bethlehem in 1280

Wolter, nobilis homo, zegelt mede met vier andere "nobiles" het verbond van graaf Otto van Gelre en de bisschop van Utrecht in 1253, waarin hij als getuige optreedt voor Otto II

Arnold II van Almelo geboren ± 1245, overleden 26-02-1290, zoon van Hendrik van Almelo, trouwt ± 1260 met
Marina van Ochten geboren ± 1240, overleden ± 1282, dochter van Hendrik I van Ochten Kinderen uit dit huwelijk:
1. Egbert I geboren ± 1260
2. Arnold vermeld in 1297
3. Bruno vermeld vanaf 1278, borgman te Goor, overleden ± 1345
4. Godfried van Goor vermeld van 1297-1349, borgman te Goor
5. Hendrik vermeld in 1272, kanunnik van St. Lebuinus te Deventer, overleden 03-05-1216

Vanaf 1278 noemde Arnold II van Almelo zich dominus Ar(noldus) miles de Almelo.

Hij was ridder en wordt vermeld van 1254-1282

Graaf Otto I van Dale begraven 15-09-1255 te Markelo, zoon van Hendrik I van Dale en Reginwiza van Diepenheim, trouwt voor 1217 met
Richardis van Altena geboren ± 1210, overleden ± 1270, dochter van Adolf I van Altena en Irmingard van Gelre
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Hendrik II geboren december 1224 te Diepenheim

Vermeld vanaf 1207

Otto gaat een goederenruil aan met het klooster Cappenberg in 1217;

Hij bewerkt, samen met zijn gemalin, dat Diepenheim als zelfstandige parochie wordt afgescheiden van Markelo in december 1224

Otto schenkt (met toestemming van zijn gemalin Richardis en hun zoon Hendrik) een goed te Renenlo aan het Sint-Aegidiusklooster te Münster in 1228

Ridder Johan I van Ruinen geboren 1188 te Ruine, zoon van Arnold van Ruinen
Kinderen:
1. Arnold geboren 1210 te Ruinen,
Hij wordt slechts één maal vermeld, en wel toen bisschop Otto 26 maart 1247 de Akerk te Groningen tot parochiekerk verhief. Getuigen waren daarbij "A. de Ruine, Albertus et Suetherus de Vorst, Gisebertus de Buchorst, Walterus Radingus et Bertoldus Radingus"
2. Bartolomeus geboren 1220 te Ruine

Johan van Ruinen wordt vermeld in 1223, circa 1225, in 1230, 1236 en 1241

In de vermeldingen van 1230, 1236 en 1241 was Johan I van Ruinen ridder. Als we daarom aannemen, dat hij in 1230 zo'n 40 jaar oud was (dat kan aardig kloppen met zijn laatste vermelding in 1241 op ruim 50-jarige leeftijd), dan is hij rond 1188 geboren

Generatie 26

Graaf Rupert I van Laurenburg geboren ± 1110, overleden voor 13-05-1154, zoon van Dudo van Laurenburg en Demudis van Arnstein, trouwt ± 1135 met
Beatrix van Limburg geboren ± 1115, overleden na 12 juli (ná 1164)
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Arnold II van Laurenburg
2. Rupert II van Laurenburg
3. Gerard van Laurenburg (mogelijk)

Hij was Graaf van Laurenburg (vermeld 1124-1152); heer van Miehlen (1132).

Hij bouwt ca. 1120 het slot Nassau en stichtte het klooster Schönau-Lipporn en droeg dit in 1132 op aan de aartsbisschop van Mainz.

Het is niet geheel zeker of Gerard van Laurenburg een zoon van hem is.

Samen met zijn broer Arnold I van Laurenburg regeerde Rupert vanaf 1120 in de burcht Nassau en noemde zich voortaan Graaf van Nassau. Deze titel werd vanaf 1159 na zijn dood door de Aartsbisschop van Trier erkend.

In 1124 werd Rupert voogd van het Heerschap Weilburg, die hij van de Bisdom Worms in leen had gekregen. Idstein volgde in 1122 en samen met Weilburg behoorde dit tot leen van de Nassaus. Rupert kon door deze lenen het huis Nassau onafhankelijk maken of blijven

Hertog Godfried II 'de Jonge' van Leuven geboren 1105 te Leuven, overleden 13-06-1142, begraven in de St. Pieterskerk te Leuven, zoon van Godfried I 'met de baard' van Leuven en Ida van Namen, trouwt in 1139 met
Gravin Lutgardis van Sulzbach ( Akan Lutgardis van Wittelsbach) geboren in 1109, overleden in 1163, dochter van Berengarius II van Sulzbach en Adelheid van Wolfratshausen
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Godfried III 'de Moedige' van Brabant geboren in 1142

Godfried was hertog van Neder-Lotharingen van 1142 tot aan zijn dood in 1190. Hij was ook landgraaf van Brabant en graaf van Leuven.

Godfried II bijgenaamd de Jonge was reeds mede-regent vanaf 1136 (omwille van de hoge leeftijd van zijn vader Godfried I, overleden op 5 januari 1139) en volgde formeel op als hertog van Neder-Lotharingen en landgraaf van Brabant op 25 juni 1139.

In 1139 trad hij in het huwelijk met Lutgardis van Sulzbach en braken de Grimbergse Oorlogen tegen de Berthouts, heren van Mechelen en Grimbergen, uit.

Vóór 9 februari 1140 bevestigde Koenraad III hem als hertog van Neder-Lotharingen, ten nadele van de erfopvolgers van Walram II van Limburg († 16 juli 1139). Walram, zoon van Hendrik II van Limburg, deed opnieuw de strijd om het hertogschap ontbranden.

Lutgardis was Gravin van Sulzbach; regent-hertogin van Lotharingen (1142-1153 of later)

Graaf Otto 'de Rijke' van Meissen, Akan: Otto 'de Rijke' van Saksen-Meissen, geboren 1125, overleden 18-02-1190 begraven te Altzelle, zoon van Koenraad 'de Grote' van Saksen-Wettin en Liutgard van Ravenstein, trouwt in 1147 met
Hedwig van Brandenburg geboren ± 1127
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Albrecht 'de Trotse' van Meissen geboren ± 1158
2. Diederik 'de Verdrukker' van Meissen geboren in 1162
3. Sophie van Meissen
4. Adelheid van Saksen-Meissen geboren ± 1165
5. Agnes

Hij was Markgraaf van Meissen (1156-1190).

Hij stichtte het Cisterciënserklooster Alla (Altenzelle) onder Nossen (ca. 18 km zw van Meissen en ca. 30 km west van Dresden).

Bij de verdeling van de erfenis van zijn vader, kreeg Otto het graafschap Camburg en het leenrecht over Meißen.

Otto ondersteunde de kolonisatie van de boeren in het Oosten en het stadswezen. Zo verleende hij in 1165 stadsrechten aan Leipzig.

In 1176 richtte hij in Leipzig de Nicolaaskerk op als tweede stadskerk.

Tijdens zijn bewind werd zilver ontdekt in de buurt van het latere Freiberg, dat als bergstad door hem gesticht werd.

Op aandringen van zijn vrouw stichtte Otto het klooster van Altzella.

Omdat zijn oudste zoon Albrecht zich benadeeld voelde bij de erfdeling, zette die zijn vader in 1288 gevangen

Gilles (Egidius) Berthout geboren ± 1170 te Duffel, zoon van Walter V Berthold van Mechelen en Sophie van Looz,trouwt met
Catharina van Belle
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Hendrik geboren ± 1191 te Duffel
2. Gilles
3. Oda
4. Elisabeth

Hij is heer van Berlaar, van Geel en van Duffel

In 1202-1206 gaat hij met de graaf van Vlaanderen mee op kruistocht en ondertekent Egidius Berthout camerarius van Vlaanderen, gehuwd met Catharina Van Beloeil, een der grote geslachten van Vlaanderen

Gilles Berthout is ook betrokken geweest bij de stichting van Roosendaal in tussen Walem en Kathelijne in 1219 met zijn dochters Oda, de eerste abdis, en Elisabeth

Wij vinden daar ook het grafschrift van de twee dochters Oda en Elisabeth: Oda et Elisabeth filiae quodam Domini Egidei Berholdo Domini de Berlare Gela et Duffel. We schrijven 1242

Op 7 september 1219, laten Egidius Berthout en zijn echtgenote Catharina van Belle, Vrouwe van Oudenburg, (beiden waren bij de belegering aanwezig) weten, dat zij hun gasthuis in Oudenburg (tussen Oostende en Jabbeke) aan de broeders van de Duitse Orde van Pitzemburg te Mechelen ter beschikking stellen

Floris van der Lede geboren ± 1180 te Langerak, zoon van Herbaren van der Lede en N.N. Willemsdr van Altena, trouwt ± 1200 met
N.N. Hugodr. Botter van Schoonhoven geboren ± 1179 te Schoonhoven, dochter van Hugo Botter van Schoonhoven
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Jan van de Lede geboren 1200
2. Willem van de Lede geboren 1200
3. Herbaren van Arkel geboren 1201 te Langererak

Genoemd als ridder in 1204, in het bezit van de versterking Asperen

Theodoricus van Keppel (Dirk) geboren ± 1180, overleden in 1227, sneuvelt in de slag bij Ane in Drenthe in 1227, zoon van Waltherus van Keppel en Beatrix
Kinderen:
1. Ermgard trouwt met Hendrik of Gerard van Batenburg.
2. Steven de elfden dag gekomen op een tournooi binnen Haarlem 1235.
3. Wolter overleden ± 1260

Theodoricus is met zijn vader markgenoot van Doetinchem, hij schenkt mede goederen aan Bethlehem 1207-1227

Bijgestaan door zijn broeders Fridericus en Godefridus voerde burggraaf Rudolf van Coevorden strijd met zijn leenheer, bisschop Otto II van Utrecht. Hij lokte de bisschop en zijn krijgsmacht in een moerassig deel van buurschap Ane bij Gramsbergen en versloeg hem daar volkomen op 28 juli 1227. In slechts enkele uren zonken 400 ridders van de bisschop in de diepte. Onder de gesneuvelden bevonden zich Bernhardus van Horstmar en Theodoricus van Keppel. De bisschop zelf werd gevangen genomen samen met o.a. Gerard, graaf van Gelre, Rudolf van Goor en Balduinus van Bentheim

Slag bij Ane

Hendrik van Almelo, heer van Almelo 1236-1277, ridder, ministeriaal van de bisschop van Utrecht
Kinderen:
1. Arnold II

Wapen Almelo

Wapen: in goud 3 blauwe dwarsbalken beladen met 12 zilveren ruiten 5, 4 en 3. Helmteken: een blauwe vlucht. Dekkleed: goud en blauw

Regest 5: Oldenzaal zal Hendrik en Arnold en erfgenamen, steunen tegen elke vijand behalve de bisschop van Utrecht 1264 1 Charter. Archief Ov

De naam Van Almelo wordt voor het eerst aangetroffen in een charter uit 1157. In dat jaar verscheen Everhard van Almelo als getuige, toen het Kapittel van Sint Pieter te Utrecht een erf bij Warnsveld in leen uit gaf.

Everhardus van Almelo wordt vermeld van 1157 tot 1169, en was ministeriaal van de bisschop van Utrecht

Hendrik I van Dale geboren ± 1150, overleden voor 1217 begraven te Markelo, zoon van Gerard I van Henegouwen en Hedwig van Ravensberg, trouwt voor 1188 met
Reginwiza van Diepenheim overleden na 1217, dochter van Wolbertus Albertus van Diepenheim en Gisela van Goor
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Otto I begraven 15-09-1255 te Markelo

Arnold van Ruinen geboren 1165 te Ruine, zoon van Otto van Ruinen
Kinderen:
1. Gereard geboren 1191 te Ruinen
2. Johan geboren 1188 te Ruine
3. Laurens geboren 1195 te Ruinen

Hoofdtelg was een Arnold II van Ruinen (hoogstwaarschijnlijk zoon van Otto II en derhalve geboren ca. 1165), getuige en/of ministeriaal van de bisschop; bij hem worden de vermeldingen frequenter: 1204, 1206, 1209, 1210, 1211, 1215, 1217.

Naast hem was er waarschijnlijk nog een broer, t.w. een Otto. Hij was een jongere en secundaire figuur, omdat hij in 1206 en 1211 getuige en ministeriaal was van de bisschop, doch beide malen met en na Arnold II. Ook kwam er nog een Johan van Ruinen voor, namelijk in 1212 als getuige van Volker van Coevorden, samen met Egbert van Groningen, Rodolf van Peize, Bertold Schulte (van Eelde) en Engelbert van Steenwijk; hij was een tijdgenoot van Arnold II en Otto van Ruinen, dus mogelijk hun broer

Generatie 27

Graaf Dudo van Laurenburg, trouwt met
Demudis van Arnstein, Akan Irmgardis van Arnstein, dochter van Lodewijk I van Arnstein Graaf in de Einrichgouw (1067-1095).
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Rupert I van Laurenburg
2. Arnold I van Laurenburg
3. Demudis van Laurenburg
4. N.N. van Laurenburg

Graaf van Laurenburg (vermeld 1093-1117); heer van Miehlen. Hij bouwde het kasteel Laurenburg en stichtte het klooster te Lipporn

Hertog Godfried I 'met de Baard' van Leuven, Akan Godfried I van Neder-Lotharingen geboren in 1060, overleden 25-01-1139 in Jeruzalem, begraven in Afflighem, zoon van Hendrik II van Leuven en Adela van de Betuwe, trouwt ± 1105 met
Ida van Namen geboren in 1088
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Godfried II 'de Jonge' van Leuven geboren in 1105 te Leuven
2. Ida van Leuven geboren in 1106
3. Adelheid van Leuven
4. Josceline van Brabant

Godfried trouwt met Clementia van Bourgondië
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Joscelin van Leuven geboren in 1125

Godfried I met den Baard (wrsch. Leuven, ca. 1063 - nabij Leuven?, 25 januari 1139) was graaf van Leuven en Brussel, landgraaf van Brabant, markgraaf van Antwerpen en hertog van Neder-Lotharingen.

In 1078 werd hij op aanbeveling van de (aanverwante) markgraaf van Thuringen, Egbert II van Braunschweig, voor een ridderopleiding naar het keizerlijk hof gestuurd. Hieruit wordt afgeleid dat Godfried omstreeks 1063 moet geboren zijn (meerderjarigheid naar Ripuarisch gewoonterecht op 15 jaar).

Bij de dood van zijn broer Hendrik III van Leuven, in februari/maart 1095, volgde hij deze op als graaf van Leuven en landgraaf van Brabant. Op 13 mei 1106 werd hij ook aangesteld tot hertog van Neder-Lotharingen en markgraaf van het markgraafschap Antwerpen, maar in 1128 werd hij uit het hertogelijk ambt ontheven ten voordele van Walram II van Limburg. Niettemin bleef hij zich hertog van Lotharingen noemen.

Hij werd opgevolgd door Godfried II, een zoon uit zijn eerste huwelijk. Een dochter uit zijn eerste huwelijk, Adelheid, was getrouwd met Hendrik I van Engeland

furstenzugdresden

Graaf Koenraad 'de Grote' van Saksen-Wettin geboren in 1098, overleden 05-02-1157, zoon van Thimo II 'de Dappere' van Saksen-Wettin en Ida van Nordheim, trouwt in ± 1119 met
Liutgard van Ravenstein, Akan: Luitgard van Zwaben geboren ± 1100, overleden 19-06-1146 dochter van Graaf Albrecht van Ravenstein
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Hendrik
2. Diederik van Saksen-Meissen geboren ± 1120
3. Gertrud van Saksen-Meissen geboren ± 1122
4. Adelheid van Saksen-Meissen geboren ± 1124
5. Otto 'de Rijke' van Meissen geboren in 1125
6. Hendrik van Saksen-Wettin geboren ± 1127
7. Dedo V van Groitzsch geboren ± 1130
8. Frederik van Brehna geboren ± 1132
9. Oda, abdis in Gerbstedt
10. Bertha, abdis in Gerbstedt
11. Sophia
12. Agnes

Hij was Markgraaf van Meissen; graaf van Saksen uit het huis Wettin.

In 1124 had hij al Wettin en Camburg van zijn broer geërfd.

Na het overlijden van zijn verre neef Hendrik II van Meißen in 1125 werd hij beleend met het markgraafschap Meißen door Hendrik V en in 1130 nogmaals door keizer Lotharius III, met wie hij naar Italië was getrokken.

In 1136 erft hij Neder-Lausitz en in 1144-1145 Rochlitz en Opper-Lausitz.

In 1147 nam hij deel aan de kruistocht tegen de Wenden. In eigen land steunde hij de kolonisatie van de Oostelijke gebieden door de Vlamingen. Koenraad geldt als de stichter van de Wettinse macht in Meißen

Walter V Berthout geboren ± 1150, overleden 25-11-1219, zoon van Walter III Berthout, trouwt met
Sophie van Looz geboren ± 1155, overleden 1209, dochter van Ludwig I van Looz-Rieneck en Agnes de Metz
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Gilles geboren ± 1170 te Duffel
2. Walter VI geboren ± 1175, overleden 10 april 1243, trouwt met Adelheid van Enghien
3. N.N., geboren ± 1180, overleden ± 1232, trouwt Hendrik van Boutershem
4. Hendrik geboren ± 1180, overleden ± 1260, trouwt met Sophie van Geel

Heer van Mechelen en Duffel

Herbaren van der Lede geboren ± 1130 te Langerak, zoon van Folpert van Arkel, trouwt met
N.N. Willemsdr van Altena, dochter van Willem van Altena
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Floris van der Lede geboren ± 1180 te Langerak
2. Folpert van Arkel

Waltherus van Keppel leefde voor 1182, trouwt met
Beatrix
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Theodoricus(Dirc ) geboren ± 1180

De oudste gegevens stammen uit 1182 wanneer Wolter I van Keppel in verband met Verwolde wordt genoemd. De heren van Keppel zijn van oudsher eigenaren van Verwolde

Kasteel Verwolde

Deze familie is zeer wijd vertakt en zeer beperkt in de naamgeving van de kinderen (Derck, Hendrik of Wolter)

Waltherus begiftigt Bethlehem 1162-1179

Hij verkoopt een thins aan Bethlehem voor 1180

Waltherus is getuige van Gerhard graaf van Gelre in 1207

Met zijn zoon Derk schenkt hij goederen aan Bethlehem voor 1231

Gerard I van Henegouwen geboren 1110, overleden 1166, zoon van Graaf Boudewijn III van Henegouwen en Jolante van Gelre, trouwt met
Hedwig van Ravensberg overleden na 1168, dochter van Herman I van Ravensberg en Ethelinde van Northeim
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Hendrik I geboren ± 1150

Gerard was Leenman

Otto van Ruinen geboren ± 1140, zoon van Arnoldus van Ruinen
Kinderen:
1. Arnold II
2. Otto geboren ± 1167
3. Johan I geboren ± 1170

Otto (II) van Ruinen was 11 april 1169 bisschoppelijk getuige en in 1181 trad hij op met Lambert van Peize, Rodolf van Groningen en Herman van Polle (= Polman). Genoemd naar Otto I, moet hij een zoon van Arnold zijn geweest

Generatie 28

Graaf Hendrik II van Leuven Akan Hendrik II van Brabant geboren 1020, overleden 1079 begraven in Nijvel, zoon van Lambert II (Balderik) van Leuven en Oda van Neder-Lotharingen, trouwt in 1050 met
Adela van de Betuwe geboren in 1027
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Hendrik III van Leuven geboren in 1055
2. Godfried I 'met de baard' van Leuven geboren in 1060
3. Ida van Leuven geboren in1065
4. Agnes van Vlaanderen

Graaf van Leuven (1063).

Hij steunde zijn nicht Richilde van Henegouwen om Vlaanderen terug te verkrijgen van Robert de Fries

Graaf Thimo I 'de Dappere' van Saksen-Wettin geboren 1050, overleden 09-03-1091, zoon van Graaf Diederik II van Ostmark en Mathilde van Saksen-Meißen, trouwt ± 1090 met
Ida van Nordheim geboren ± 1050, overleden in 1099, dochter van Otto II van Nordheim en Richenza van Zwaben
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Dedo IV van Saksen-Wettin geboren ± 1095
2. Koenraad 'de Grote' van Saksen-Wettin geboren in 1098

Graaf van Wettin; graaf van Brehna, hij was de eerste van zijn huis, die zichzelf naar de burcht Wettin noemde.

Theimo hoorde bij het begin van de Saksische adelrevolte tot de groep van tegenstanders van de koning.

Hij bekleedde het ambt van hoofdstichtvoogd van Naumburg. Tegelijkertijd was hij voogd van het Wettinische huisklooster Gerbstedt.

Het huis Wettin geraakte in conflict met de koningsgezinde bisschoppen van Münster, waarbij het om het recht op vruchtgebruik van het klooster en de verhinderde aartsbisschopskeuze van twee leden van het huis Wettin ging, en zijn broer Frederik werd bisschop van Münster en zijn neef Günther werd dan ook bisschop van Naumburg (Saale).

In 1088 was hij samen met andere Wettineren op de Quedlinburgse hofdag aanwezig, tijdens de welke Egbert II het markgraafschap Meißen werd ontnomen. Thimo zocht rond deze tijd toenadering tot keizer Hendrik IV.

Samen met Dedo IV, zijn zoon, en Hendrik I van Eilenburg, zijn neef, nam hij in 1101 deel aan de feestelijke invoering van de Hirsauer Observanz in het klooster Lippoldsberg.

Zijn laatste rustplaats vond Thiemo in het klooster Niemegk

Walter III Berthout geboren ± 1140, overleden ± 1180, zoon van Walter II Berthout en Sophie van Looz
Kinderen:
1. Walter Berthout, geboren ± 1150, overleden ± 1201, trouwt Guda van Looz
2. Walter V Berthout geboren ± 1150

Folpert van Arkel geboren ± 1100, zoon van Jan van Arkel en Adelheid van Heusden
Kinderen:
1. Herbaren van Arkel geboren ± 1130 te Langerak

Graaf Boudewijn III van Henegouwen geboren ± 1087, overleden 17-06-1120, zoon van Boudewijn II van Henegouwen en Ida van Leuven, trouwt ± 1107 met
Jolante van Gelre geboren ± 1090, overleden ± 1131 begraven in de Sainte-Waudru in Bergen (België), dochter van Gerard I van Gelre en Clementia van Gleiberg
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Boudewijn IV geboren ± 1107
2. Gerard I geboren 1110
3. Richildis
4. Adelheid overleden ± 1140, trouwt ± 1110 met Simon I van Lotharingen

Hij volgde in 1098 zijn vader op, aanvankelijk onder het regentschap van zijn moeder (tot ± 1103). Net als zijn vader poogde hij het graafschap Vlaanderen te heroveren. Daartoe trachtte hij o.m., zij het vergeefs, het conflict om Kamerijk tussen de Vlaamse graaf Robrecht II en de Duitse keizer Hendrik IV uit te buiten. In 1110 moet hij Kamerijk afstaan

Toen Boudewijn VII van Vlaanderen in 1119 kinderloos overleed, probeerde Boudewijn III andermaal zijn rechten op de Vlaamse troon te laten gelden, maar kon niet beletten dat deze toekwam aan Karel de Goede, een kleinzoon van Robrecht I. Bij zijn dood liet hij zijn weduwe met vier minderjarige kinderen achter. Zijn oudste zoon Boudewijn volgde hem op

Jolante was Regentes van Henegouwen van 1120-1125

Arnoldus Van Ruinen geboren ± 1115 te Ruinen, zoon van Otto van Ruinen
Kinderen:
1. Otto geboren ± 1140 te Ruine

Begin

Vorige

Volgende

Namenindex